woensdag 23 mei 2012

Wat bezaten mijn voorouders? De vestbrief als informatiebron

Vestbrieven, akten van transport, akten van overdracht… Wat zijn dat eigenlijk voor bronnen?

In de tijd van de Republiek vóór 1811 oefenden de plaatselijke schepenbanken niet alleen bestuurlijke taken uit (vaak bijgestaan door burgemeesters en andere functionarissen), maar ook rechtsprekende taken in civiele en strafzaken, al naar gelang de bevoegdheid van de schepenbank. Daarnaast hadden ze nog een derde taak, die van de vrijwillige of voluntaire rechtspraak. Zaken, waarmee wij nu naar een notaris gaan, konden in die tijd niet alleen bij de notaris, maar ook bij de schepenbank worden vastgelegd of geregistreerd. Gemakkelijk, want niet elk dorp had een eigen notaris…

Vestbrieven

Voor deze zaken van registratie of certificatie werden aparte protocollen aangelegd, de zogenaamde ‘protocollen van allerhande acten.’ Hierin kun je allerlei soorten akten tegenkomen, zoals overdracht of transport van onroerende en roerende goederen, hypotheken, testamenten, huwelijkse voorwaarden, boedelscheidingen of erfdelingen met boedelinventarissen.

Vestbrieven, ook wel transportakten genoemd, vormden een belangrijke pijler binnen de registratietaak van schepenbanken. In deze brieven werd de juridische eigendomsoverdracht van onroerend goed vastgelegd. Het woord ‘veste’ betekent dan ook ‘vastleggen in rechte.’ Zo werden onder andere de namen van de koper en verkoper geregistreerd, evenals de prijs van de overdracht, de plaats en ligging van het onroerend goed, vaak aangegeven door de aangrenzende percelen, en eventuele lasten. Soms kom je in een vestbrief ook nog de oudere eigenaren tegen.

In sommige schepenbankarchieven bevinden zich ook vestbrieven van onroerend goed, die door de schepenbank van de nabijgelegen grote stad werden geregistreerd. Zo kent Vught bijvoorbeeld een serie ‘Boschacten’ van onroerende goederen die in Vught lagen, maar voor de schepenbank van Den Bosch werden gevest of getransporteerd. Vaak waren daar Bosschenaren als oude of nieuwe eigenaren bij betrokken.

Voorbeeld van een vestbrief
Hieronder een voorbeeld van een dergelijke vestbrief van de schepenbank van het Land van Ravenstein, waarin de burgemeester van Thiel in 1788 zijn grondeigendommen overdraagt aan zijn zoon, Louwis Anthonij van Oijen. In deze vestbrief gaat het om de overdracht van een heleboel landerijen, tuinen en huizen uit het dorp Velp. Hieronder volgt een transcriptie van een gedeelte van deze brief:
‘(…) dat voor ons in Eijgene Persoon is gecompareerdt den Hoog Edel Geboren Gestrenge Heer den Heer en Meester Wilhelmus Gerardus van Oijen, Borgemeester dersStadt Thiel, thans residerende tot Velp, den welke verklaardt bij deesen mit Rigtershand te vesten en te transporteeren aan zijnen zoon, den Hoog Edel Geboren Gestrenge Heer Louwis Antonij van Oijen, de volgende huijzen en landerijen onder Velp voorszegd geleegen:
Als eerstelijk een extra schoon gebouw mit separate Colfbaan, stallinge, en superbe tuijn, met drie Coupels genaamt het Huijs Hamsteijn neffens gedeeltelijk den vis-vijver; ander deel behoorende onder den Lande van Cuijk, jaarlijkx beswaardt mit eene rijkxdaalder erfpagt aan de Heer de Raedt neffens 2 stuivers ’s jaarlijkx in yder schatting tot Velp
2. Een huijs regt over voorszegde huijsinge neffens superbe stallinge daar neevenaan, jaarlijkx in ider schattinge onder Velp mit vier duijten
3. Een huijs bewoondt door den Smit neffens de Gemeene Straadt jaarlijkx met 1 gulden aan de gemeente, 10 stuijvers aan Velp en 19 stuijvers aan Reek.
4. Een huijs aan den Soomer dijck mit omtrent eene morgen landt jaarlijkx in yder schattingen onder Velp met zeeven duijten

5. Nog eene parceel lants, waar op voorheen heeft gestaan een Huijske herkomende van de erfgenaame Ruth den Metzelaar, geleegen neffens Erve van Peter van der Wiele, jaarlijkx in idere schattinge mit 2 stuijvers. (…)’
Een gedeelte van de vestbrief uit 1788
Zoeken naar vestbrieven
Vestbrieven werden vaak geregistreerd in speciale registers of werden als losse stukken bijeengevoegd in een bundel. Deze zijn te vinden in de archieven van schepenbanken. Veel van deze registers zijn gescand, op naam toegankelijk en door het BHIC online beschikbaar gesteld op de website via een aparte zoekfunctie.

Op de site van het BHIC kun je zelf zoeken in de database met notaris- en schepenakten uit de zestiende tot en met de negentiende eeuw.

Wil je precies weten wat er in de database zit? Bekijk dan het overzicht van beschikbare bronnen.

Veel registers zijn al wel gescand, maar nog niet op naam toegankelijk en je vindt ze dus ook niet via de zoekfunctie. Je kunt wel de scans doorbladeren via deze link.  

Hieronder een overzicht van gemeenten met schepenbankarchieven die onder andere vestbrieven bevatten:

  • Beers
  • Beugen
  • Boekel
  • Boxmeer
  • Cuijk
  • Dinther
  • Erp
  • Esch
  • Escharen
  • Gassel
  • Grave
  • Heeswijk
  • Land van Cuijk
  • Maashees
  • Mill
  • Nistelrode
  • Oeffelt
  • Oploo
  • Overloon
  • Reek
  • Sambeek
  • Schijndel
  • Sint Anthonis
  • Sint-Michielsgestel
  • Sint-Oedenrode
  • Stad en Land van Ravenstein
  • Uden
  • Veghel
  • Velp
  • Vierlingsbeek
  • Vught
  • Wanroij
  • Zeeland

Vestbrieven werden opgemaakt tot 1811. Bij de opheffing van de schepenbanken in dat jaar, toen ook bestuur en rechtspraak door aparte organen werden uitgeoefend, was er nog maar één gang mogelijk, namelijk die naar de notaris… Onder invloed van de Franse regering werd bovendien vanaf 1810 begonnen met het opmeten en registreren van grondeigendommen voor het effectief innen van belastingen. Uiteindelijk werd het Kadaster in 1832 officieel gebruikt als centraal registratie register van onroerend goed.

2 opmerkingen:

Yvonne Welings zei

Wat biedt deze blog veel informatie !!!

Het BHIC beheert toch ook vestbrieven van b.v. plaatsen in de Baronie van Breda, maar dan op film ?

BHIC zei

Beste Yvonne, bedankt voor je reactie!

Het klopt inderdaad dat het BHIC vestbrieven uit de regio Breda beheert. Deze staan niet op microfilm, maar op microfiche.

Deze vestbrieven zijn opgenomen in de Collectie Schaduwarchieven (toegangsnummer 360), inventarisnummers 94-105. Het gaat om de periode 1498-1808 en om de schepenbanken van Breda, Terheijden, Gilze, Ginneken, Princenhage, Eeninghe van Rijsbergen, Alphen en Baarle.